Treurspel om een legendarische collectie boeken

Amsterdammer Joost Ritman bouwde decennialang aan een bibliotheek vol historische meesterwerken. Maar de mecenas-ondernemer raakte in de problemen en verloor zijn levenswerk aan een woedende staatssecretaris Halbe Zijlstra. Een reconstructie.

(Eerder gepubliceerd in Vrij Nederland, april 2011)

Amsterdam, 8 december 2010, een koude woensdagochtend. Vijf mannen verzamelen zich voor de donkergroen geschilderde deur van Bloemstraat 19, in het hart van de Jordaan. Het is een bont gezelschap: een deurwaarder, twee bibliothecarissen en twee verhuizers. Iemand opent van binnenuit de deur. Meteen stapt de groep gedecideerd naar binnen. Daar treffen ze een ruimte met duizenden boeken in hoge grijze kasten. Een paar werken liggen uitgestald in glazen vitrines. Comfortabele suède fauteuils in de hoek nodigen uit tot langdurig lezen – maar daar hebben de mannen geen tijd voor.

Het vijftal is naar de Jordaan gekomen in opdracht van Halbe Zijlstra, de nieuwe VVD-staatssecretaris van Cultuur. In de bibliotheek die zich over drie aaneengesloten panden uitstrekt, de Bibliotheca Philosophica Hermetica (BPH), liggen meer dan twintigduizend werken uit de gnosis, de mystiek en de alchemie, vele wereldberoemd en zeer kostbaar.

Sinds 2005 is een aanzienlijk deel van de werken eigendom van de Rijksoverheid en Zijlstra heeft opdracht gegeven die op te halen en naar de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag te verhuizen. In de uren die volgen, verdwijnt daarom de ene na de andere verzegelde doos in de voor de deur geparkeerde verhuisauto. Het heeft iets weg van een geheime missie.

Thermostaat omhoog

Vier weken eerder. Op het departement van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) verslikt Zijlstra zich bijna in zijn koffie als hij hoort dat de bibliotheek, in de volksmond bekend als de Ritmanbibliotheek, plotseling gesloten is. De Friesland Bank heeft beslag laten leggen op een deel van de collectie, de zaak dichtgegooid en alle sloten vervangen. Een stel potige bewakers heeft van de bank opdracht gekregen niemand meer binnen te laten.

Voor Zijlstra is niet meteen helder wat er aan de hand is, maar één ding is duidelijk: hier is kostbaar cultuurbezit van het Rijk ineens achter slot en grendel verdwenen. Hij ruikt een uitgelezen mogelijkheid om zich – een maand na zijn aantreden – meteen eens goed te profileren als daadkrachtig bestuurder die niet met zich laat sollen.

Direct laat hij de oprichter van de bibliotheek, de zeventigjarige ondernemer Joost Ritman, naar Den Haag komen. Tijdens dat gesprek en de ontmoetingen die in de weken daarna volgen, lijkt de wat wonderlijke Amsterdammer met het strak achter de oren gekamde grijze haar niet te willen vertellen wat er nou precies aan de hand is. Tot grote frustratie van Zijlstra laat hij nooit het achterste van zijn tong zien.

Eind november krijgt Zijlstra van zijn ambtenaren een alarmerend bericht. Vanwege de vrieskou buiten heeft een van de door de Friesland Bank ingehuurde bewakers aan de Bloemstraat de verwarming wat omhoog gedraaid. Een doodzonde: de honderden jaren oude boeken moeten bij een constante temperatuur worden bewaard, anders kunnen ze beschadigd raken. De thermostaat is snel weer teruggezet, maar schrikken is het wel. Als Ritman een paar dagen later ook nog zo brutaal blijkt om de staatssecretaris mobiel te bellen terwijl hij net met zijn vrouw aan een zaterdags ontbijtje zit, weet Zijlstra het helemaal zeker: die boeken moeten daar weg.

Met die beslissing ontmantelt Zijlstra niet alleen een verzameling die uniek is in de wereld, hij maakt ook in één klap een einde aan een jarenlang verbond tussen Ritman en het ministerie van OCW. Sinds de jaren negentig streden opeenvolgende staatssecretarissen voor behoud van het door Ritman verzamelde cultuurgoed.

Betrokkenen reageren boos en verdrietig. ‘Een onbegrijpelijke actie,’ vindt Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hoogleraar Geschiedenis van de Hermetische Filosofie Wouter Hanegraaff: ‘Een onnodige en overhaaste beslissing, waar ik weinig begrip voor heb.’ Ook binnen het ministerie klinkt gemor. ‘Zijlstra heeft er weinig van begrepen. Het departement heeft een zeer kwalijke rol gespeeld.’

De kunstverzamelaar zelf zit helemaal stuk. Joost Ritman is zijn levenswerk kwijt. Erover praten wil hij niet, want ‘dit is niet het moment’. Toch is het tijd voor een reconstructie: hoe is het mogelijk dat zo’n waardevolle en door velen gekoesterde bibliotheek die wetenschappers van over de hele wereld trok en waar schrijvers als Umberto Eco en Harry Mulisch inspiratie opdeden, ineens is ontmanteld?

Alles op rood

In de jaren zestig nam Joost Ritman, in 1941 aan de Bloemgracht geboren, het kleine Jordanese boenwasbedrijf De Ster van zijn vader over. In no time bouwde hij de zaak om tot een miljoenenonderneming, dankzij de gewaagde maar slimme keuze om een handel te beginnen in plastic bestek en servies voor aan boord van vliegtuigen. Op dat moment begon net de massale burgerluchtvaart op te komen.

Als overtuigd lid van het geheime Genootschap der Rozenkruisers is Ritman gefascineerd door allerlei filosofische werken uit de Renaissance. Al sinds zijn jeugd verzamelt hij boeken over mystiek, gnostiek en alchemie – ook zijn ouders waren Rozenkruisers. Vanaf het moment dat hij flink ging verdienen met De Ster stak hij vrijwel elke cent die hij over had in het uitbreiden van zijn collectie.

In 1984 verhuisde hij de bibliotheek, die toen al uit meer dan tienduizend boeken bestond, van zijn woonhuis aan de Bloemgracht naar een pand om de hoek, in de Bloemstraat. Hij had in de jaren daarvoor een aanzienlijke reeks panden in de Jordaan verzameld, waarin hij behalve de bibliotheek en het hoofdkantoor van De Ster ook enkele familieleden had ondergebracht. Na de verhuizing maakte hij de bibliotheek toegankelijk voor publiek en stelde hij boekwetenschapper Frans Janssen aan als directeur.

De verzameling is meer dan een uit de hand gelopen hobby: ooit, na zijn dood, moet de bibliotheek zijn nalatenschap worden, het cadeau dat hij teruggeeft aan de samenleving en aan zijn geliefde Amsterdam. ‘Dat is altijd zijn ideaal geweest,’ zegt Janssen. ‘Hij wil een bijdrage leveren aan de kennis van de West-Europese cultuurgeschiedenis. Hij had van zijn geld ook een duur appartement in New York kunnen kopen, maar in dat soort zaken is hij niet geïnteresseerd.’

Zakelijk bleef het Ritman voor de wind gaan, waardoor ook zijn bibliotheek bleef groeien. Hele jaarwinsten verdwenen in de collectie. Af en toe morden de Belastingdienst en zijn huisbank ING erover, want zijn andere rekeningen betaalde hij nog wel eens te laat. Maar Ritman nam het risico graag. ‘Alles op rood zetten, daar is hij groot mee geworden,’ zegt een goede kennis, die liever anoniem blijft. ‘Hij houdt ervan om altijd op het randje te spelen, waarbij hij anderen nooit in zijn kaarten laat kijken.’

Mercator sapiens

Midden jaren negentig kwam Ritman in conflict met ING. De bank dreigde grote delen van de collectie te veilen (zie kader). Bemiddeling van D66-staatssecretaris Aad Nuis, die de Ritmanbibliotheek bestempelde als onmisbaar cultuurgoed, voorkwam een overhaaste veiling. In de jaren daarna liepen twee pogingen van het ministerie om de boeken over te nemen spaak, omdat de hele collectie tientallen miljoenen euro’s moest kosten.

In 2005 – Ritman had weer eens forse schulden bij de Belastingdienst – kwam cultuurminister Maria van der Hoeven (CDA) met een slimme oplossing: de Staat zou een selectie van de meest onmisbare boeken overnemen.

Op 29 maart sloten Van der Hoeven en Ritman een deal: voor bijna 19 miljoen euro kocht de Rijksoverheid ongeveer veertig procent van de collectie, om die meteen weer in bruikleen terug te geven. Daarnaast kreeg Ritman voortaan 350.000 euro per jaar voor de exploitatiekosten – tot dat moment betaalde hij de voor exploitatie benodigde 1 miljoen euro geheel uit eigen zak. Aan de Tweede Kamer schreef de minister dat op deze manier ‘het behoud van dit Nederlands cultuurbezit is gewaarborgd’. Het bedrag werd overgemaakt op een rekening bij de Friesland Bank, want sinds het gedoe met ING regelde Ritman zijn bankzaken het liefst in Leeuwarden.

Vanaf dat moment maakte Ritman serieus werk van ‘de overdracht van zijn levenswerk aan de samenleving’, zoals hij het noemde – hij zag zijn pensioenleeftijd snel naderen. De BPH moest toegankelijker worden voor het grote publiek: niet meer verstopt in een smal straatje in de Jordaan, maar op een mooie locatie in de stad. Tegelijk wilde hij er een echt wetenschappelijk instituut van maken. Al jaren deden studenten geschiedenis, filosofie en letterkunde van de UvA er onderzoek en sinds 1999 had de universiteit een speciale leerstoel geschiedenis van de hermetische filosofie, dus een samenwerking met de UvA lag voor de hand.

Dankzij de miljoenen van het Rijk had Ritman weer wat geld te besteden. Hij loste zijn belastingschuld af en in februari 2006 kocht hij voor 3,1 miljoen euro een nieuw onderkomen voor de bibliotheek: het monumentale Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht. De gemeente Amsterdam wilde al een tijd van dat pand af en deed het uit enthousiasme voor de helft van de marktprijs over aan Ritman. Tijdens de feestelijke overdracht in november 2007 sprak burgemeester Job Cohen lyrische woorden: ‘Ik denk niet dat het Huis met de Hoofden een betere bestemming had kunnen krijgen. Na bijna tweeënhalve eeuw komt het pand opnieuw in handen van een rijke koopman, die ook nog eens de faam geniet een groot mecenas te zijn. De heerRitman past in het ideaalbeeld van de mercator sapiens.’

Kredietcrisis

In het voorjaar van 2005 richtte Ritman de Stichting BPH op, die de hele verhuizing naar het Huis met de Hoofden binnen een paar jaar voor elkaar moest krijgen. Zijn dochter Esther (1964) werd directeur. Om de wetenschappelijke functie van zijn bibliotheek verder op gang te helpen, verzamelde hij enkele vooraanstaande academici in het bestuur van de stichting: Willem Levelt, de dan net teruggetreden president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), en Wim van Drimmelen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag. De Utrechtse hoogleraar Roel van den Broek en de vroegere BPH-directeur Frans Janssen kwamen in de Raad van Advies. Ook de UvA wilde maar wat graag gaan samenwerken met het toekomstige instituut: in de BPH ging daarom alvast de eerste promovenda aan de slag.

In Den Haag luisterde men enthousiast naar Ritmans ambitieuze plannen. Regelmatig reed de verzamelaar naar Den Haag voor overleg met de hoogste ambtenaar van het ministerie, secretaris-generaal Koos van der Steenhoven, of met Judith van Kranendonk, directeur-generaal Cultuur en Media. Altijd met zijn dochter Esther, zijn financiële man Robbert Klaver of zijn adviseur Harry Kramer. Kramer had als oud-ambtenaar bij OCW veel contacten binnen het ministerie, die hij veelvuldig gebruikte om voor de BPH te lobbyen.

In september 2008 sloeg de kredietcrisis toe, maar dat was voor het Rijk geen reden om van verdere samenwerking af te zien. Op 16 oktober kreeg Ritman een subsidie van 50.000 euro om te onderzoeken hoe de rol van het Rijk bij de overgang naar het Huis met de Hoofden precies geregeld zou moeten worden. Vanaf de zomer van 2009 zou bovendien een ‘kwartiermaker’ namens het ministerie fulltime in de BPH aan de slag gaan.

Kluis in Londen

Het project leek op rolletjes te lopen, tot Ritman zich eind 2008 opnieuw op het ministerie meldde. Hij zat opnieuw in de financiële problemen. Door de crisis kon hij wederom een belastingschuld niet afbetalen en ook de Friesland Bank klaagde over betalingsachterstanden. Zijn bedrijf Helios, opvolger van De Ster, was volledig afhankelijk van de luchtvaart, en die branche was totaal ingestort. De omzet was daardoor met 10 miljoen euro gekelderd ten opzichte van 2007, het bedrijf stevende af op een fors verlies.

Ritman dacht een handige oplossing te hebben. Al bij de eerste overname in 2005 liet hij in zijn testament optekenen dat de Staat na zijn dood ook automatisch de rest van de boeken (ter waarde van 40 miljoen euro, aldus Ritman) zou krijgen, waarbij zijn familie via de zogeheten ‘successiefaciliteit’ een fikse korting zou kunnen krijgen op de te betalen erfbelasting. Als de Staat nou voor een veel kleiner bedrag, zeg: 6 miljoen euro, die boeken nu alvast zou overnemen? Dan zou iedereen tevreden zijn en kon hij zijn belastingschulden afbetalen. Van Kranendonk en Van der Steenhoven zegden toe die optie te onderzoeken.

Maar toen Ritman in februari 2009 de jaarcijfers van Helios zag, bleek de situatie nog ernstiger dan gedacht. Het nettoverlies was opgelopen tot ruim 1,3 miljoen euro. De ondernemer had snel geld nodig. Hij had geen tijd meer om te wachten tot het ministerie met de miljoenen over de brug zou komen. Daarom vroeg hij aan secretaris-generaal Van der Steenhoven of hij een lening mocht afsluiten met een deel van zijn eigen collectie als onderpand, een tijdelijk noodkrediet van zo’n 6 miljoen euro dat hij meteen zou kunnen aflossen als de overheid straks de rest van de collectie zou hebben gekocht. Dat mocht.

Kort daarop leende Ritman een kleine 7 miljoen euro bij het chique Britse veilinghuis Sotheby’s, dat wel vaker zulke kredieten verstrekt aan vermogende kunsthandelaren. Maar dat ging niet zomaar. De veilingmeesters vroegen namelijk niet alleen een onderpand op papier, ze wilden ook de boeken die Ritman bij de lening verpandde in Londen in een kluis leggen. Dat was geen probleem: Ritman verscheepte meteen een stapel boeken vanuit de Bloemstraat over Het Kanaal. Daaronder waren enkele van zijn absolute topstukken (zie kader). De rente die hij moest betalen was buitengewoon hoog, maar Ritman stemde erin toe: dankzij de lening hield hij de Belastingdienst en de Friesland Bank op afstand en voorkwam hij dat Helios failliet ging.

Voor de buitenwereld bleef de noodgreep volledig onzichtbaar. De miljoenen van Sotheby’s gebruikte Ritman namelijk meteen om via een papieren constructie een groot deel van de panden die hij in de Jordaan bezat aan een stichting te verkopen. Op 4 maart 2009 werd Stichting De Goudsbloem Monumenten opgericht, bestuurd door zijn dochter Roos en haar echtgenoot (en tevens Ritmans financieel adviseur) Robbert Klaver. Nog diezelfde dag ‘kocht’ de stichting voor 7,65 miljoen euro een reeks panden. Dankzij dit slimmigheidje had Ritman in één klap miljoenen euro’s vrij beschikbaar die uit de verkoop van zijn woningen leken te komen, terwijl de zogenaamd verkochte panden gewoon in de familie bleven.

Graal van Rochefoucauld

Door de crisis liet de geplande deal met het Rijk lang op zich wachten. En in de nacht van 20 februari 2010 viel het kabinet, waardoor de overname nog langer uitgesteld werd – Van der Steenhoven liet Ritman per brief weten dat hij nergens op hoefde te rekenen zolang het kabinet demissionair was.

Tegen de zomer doemde voor Ritman een nieuwe tegenslag op. Het ministerie concludeerde na onderzoek dat aankoop van de rest van de collectie via het afkopen van de successierechten juridisch gezien helemaal niet kon. Dat was slecht nieuws, want Ritman moest vóór september 2010 de lening bij Sotheby’s volledig terugbetalen. Hij liep bovendien al maanden achter met de stevige rentebedragen die hij naar Londen moest overmaken. Het veilinghuis was tot nu toe coulant geweest, maar had al wel twee keer voorzichtig bij het ministerie geïnformeerd of de overname van de boeken nou al in zicht was.

De anders zo kalme zakenman probeerde steeds wanhopiger een oplossing te vinden voor de dure Sotheby’slening. Eind september vroeg hij de Bank Nederlandse Gemeenten of hij de lening daar niet kon oversluiten. Het antwoord was nee. Met geen mogelijkheid kon hij nu nog zijn miljoenenschuld aflossen. In november vonden de Londense veilingmeesters dat ze lang genoeg hadden gewacht. De stukken van Ritman gingen onder de hamer, te beginnen met de Graal van Rochefoucauld, de veertiende-eeuwse ridderroman over Koning Arthur die zeker 2 miljoen euro waard was. Sotheby’s maakte de geplande veiling op 11 november bekend. Het bericht haalde wereldwijd de kranten en schokte wetenschappers.

Geheime verpanding

Wat er vervolgens gebeurde, had niemand zien aankomen. Een dag nadat Sotheby’s de veiling bekendmaakte, werd in Amsterdam ineens de deur van Bloemstraat 19 dichtgespijkerd. De Friesland Bank bleek beslag te hebben gelegd op het private deel van de collectie. Een volslagen verrassing.

Ritman bleek jarenlang knap verborgen te hebben gehouden dat hij al sinds 2007 volledig bij zijn nieuwe huisbank in de touwen hing. Op 23 juni 2007 had hij op het hoofdkantoor in Leeuwarden een overeenkomst gesloten voor een totale herfinanciering van zijn vermogen, inclusief nieuwe leningen, voor een bedrag van 20 miljoen euro. Bijna niemand wist ervan, zelfs zijn vrienden en familie niet. De prijs die Ritman voor de herfinanciering had moeten betalen, was hoog. Vrijwel zijn hele bezit ging in onderpand. Zijn huizen, zijn hypotheken, zijn belang in Helios, maar vooral: ‘Verpanding in eerste verband van alle boeken en geschriften van Stichting Bibliotheca Philosophica Hermetica.’

Door begin 2009 een lening bij Sotheby’s af te sluiten, verpandde Ritman zijn boeken dus voor de tweede keer. Hij gokte erop dat de overheid snel genoeg met centen over de brug zou komen om daarmee de lening bij Sotheby’s, die hij zorgvuldig van de buitenwereld had afgeschermd, af te kopen. De Friezen waren er dan nooit achter gekomen dat hij tijdelijk voor een miljoenenbedrag zijn mooiste boeken naar Engeland had verscheept.

Toen ze in Leeuwarden het delicate pokerspel van Ritman doorkregen, zagen de woedende bankiers maar één oplossing: de deur van de BPH moest op slot. Veel ruimte voor coulance hadden de Friezen toch al niet. De bank kampt met een tekort aan financiële buffers en wil graag van grote leningen zoals die aan Ritman af. Niet voor niets heeft de bank net Jort Kelder ingehuurd om via een uitgebreide reclamecampagne nieuw spaargeld binnen te harken. Ze hebben die spaargelden hard nodig. En de bank mag zich dan graag presenteren als het sympathieke broertje uit de provincie, ook in Friesland gaan klanten snoeihard over de knie als ze problemen geven.

Op 12 november volgde de beslaglegging. Niemand van de bibliotheekstaf werd de bibliotheek binnengelaten, Ritman zelf al helemaal niet. Hij zou nog eens meer boeken naar buiten kunnen smokkelen. Toch waren de Friezen niet meteen van plan om de werken te verpatsen. Na een paar indringende gesprekken kreeg Ritman tot 1 februari de tijd om zijn eigen chaos op te ruimen. De Amsterdammer was een grote klant en de bank was bang voor negatieve publiciteit als sloper van een bekend cultureel erfgoed.

Paniek

Tegen het eind van november liet staatssecretaris Zijlstra in de media wél ondubbelzinnig weten dat het niet de bedoeling was dat de boeken van het Rijk lang achter slot en grendel bleven liggen. Daarop schrok ook de academische wereld wakker: de VVD’er gaat de bibliotheek toch niet op eigen houtje ontmantelen? Een imposante lijst wetenschappers tekende een door UvA-professor Hanegraaff opgestelde petitie om de bibliotheek te behouden. Achter de schermen zette een groep academici, aangevoerd door KNAW-president Robbert Dijkgraaf, Zijlstra via ‘informele gesprekken’ wat onder druk. De boeken van het Rijk uit de bibliotheek verhuizen is bijzonder onverstandig, zei Dijkgraaf tegen de staatssecretaris: voor onderzoekers is alleen ‘de integrale collectie-Ritman’ interessant.

Ritman was door alle commotie volledig in paniek geraakt. Begin december stuurde hij Zijlstra vrijwel elke dag een brief, waarin hij telkens verzocht om een ‘adempauze’ zoals hij die ook van de Friesland Bank had gekregen. De academici deden een vergelijkbare oproep: kon Zijlstra geen commissie instellen die even rustig ging kijken hoe het nu verder moest? Dijkgraaf wilde zo’n commissie wel gaan leiden.

Hanegraaff: ‘Dat was wel het minste wat Zijlstra kon doen: de boeken goed in de gaten houden en verder rustig afwachten tot 1 februari. Geen wetenschapper had ervan wakker gelegen als de bibliotheek nog twee maanden gesloten was geweest.’ De collectie van het Rijk was ook niet direct in gevaar, want het beslag van de Friesland Bank gold alleen de boeken van Ritman. Welke dat waren, was duidelijk zwart op wit vastgelegd.

En als Zijlstra de boeken van het Rijk zo nodig weer snel toegankelijk zou willen hebben, bood Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam graag ruimte aan. ‘Dat was veruit de meest logische oplossing,’ zegt hoofdconservator Verhoeven. ‘We hebben hier alle faciliteiten: geklimatiseerde magazijnen, raadpleegruimten, tentoonstellingszalen en de digitale infrastructuur. De BPH-collectie konden we hier uitstekend kwijt.’

Maar Zijlstra luisterde niet. Na de moeizame gesprekken met Ritman, het incident met de verwarming en het telefoontje op zaterdagochtend, stonden op 8 december de boekenexperts en verhuizers in de Bloemstraat. Daarbij duldde Zijlstra niemand van de BPH-staf meer in de buurt van de boeken – tot hun verbijstering mochten zelfs oud-KNAW-voorzitter Levelt en voormalig KB-directeur Van Drimmelen niet van dichtbij toezien op de verhuizing van de werken waar ze zich jaren over ontfermd hadden.

Veilinghuis Sotheby’s besloot kort daarna ook de andere in Londen aanwezige werken te gaan veilen – de bibliotheek was toch al ontmanteld. In april gaan om te beginnen enkele kostbare incunabelen onder de hamer, in het najaar volgen de handschriften. Ook Friesland Bank is nu van plan om boeken te gaan verkopen.

Onnodige lawine

Daarmee wordt voor Ritman het zwartste scenario werkelijkheid. Hij heeft grote risico’s genomen, maar niet om zijn eigen zakken te vullen, altijd was het hem om de bibliotheek te doen. Schulden had Ritman wel vaker, maar de crisis, het gevallen kabinet, de assertieve Friesland Bank en de onervaren staatssecretaris werden hem teveel. En dan was in het najaar van 2010 ook nog secretaris-generaal Van der Steenhoven, met wie Ritman jaren goed contact had, plotseling bij het ministerie vertrokken. Slechter had het allemaal niet gekund.

Volgens Hanegraaff heeft Zijlstra onnodig een lawine veroorzaakt, en alleen omdat hij boos was op Ritman. ‘Ik heb sterk de indruk dat de staatssecretaris de persoon Ritman en de bibliotheek niet meer uit elkaar kon houden. Hij had het gewoon helemaal met hem gehad.’ Ook binnen Zijlstra’s eigen departement klinkt verbazing. ‘OCW was jarenlang op alle mogelijke manieren bij de bibliotheek betrokken. Nu zit er een temperamentvol type zonder veel cultuurkennis of ervaring, en ineens wordt die collectie zonder duidelijk aanwijsbare reden in twee stukken gescheurd.’

In reactie op die beschuldigingen laat Zijlstra via zijn woordvoerder weten: ‘Dat de collectie nu niet meer als geheel bij elkaar is, ligt niet aan het handelen van het ministerie. Er moest snel gehandeld worden: de bruikleenvoorwaarden waren geschonden (de bibliotheek was gesloten, red.) en het rijksbelang was in het geding.’

Onhebbelijke man

Toch hoeft de bibliotheek nog niet ten dode te zijn opgeschreven. Sotheby’s en de Friesland Bank ruziën nog over het eigendom van de werken die momenteel in Londen liggen, maar intussen hebben zich twee private buitenlandse partijen gemeld die mogelijk geïnteresseerd zijn om Ritmans collectie in zijn geheel over te nemen. Mogelijk zouden de boeken, met een beetje hulp van de UvA, zelfs in Amsterdam kunnen blijven. Verhoeven: ‘Die boeken zijn zeer innig met Amsterdam verbonden, daarover bestaat geen enkele twijfel. ‘

Volgens de deskundigen zou in dat geval ook het rijksdeel beter weer naar Amsterdam kunnen komen. De wetenschap schiet er namelijk niets mee op dat de boeken van de overheid nu in Den Haag liggen. ‘Het overheidsdeel is uit zijn historische en wetenschappelijke verband gerukt,’ zegt Verhoeven. ‘Alle naslagwerken liggen ook nog in de Bloemstraat. Het is een gotspe te denken dat je onderzoekers en publiek kunt bedienen met een incomplete collectie, zonder naslagwerken en zonder staf van conservatoren.’

Hoe het nu ook verder zal gaan met de BPH, bij alle gesprekken daarover is één persoon niet meer betrokken: Joost Ritman. Door zijn grandioos mislukte pokerspel kan de oprichter niets doen dan afwachten wat anderen over zijn bibliotheek beslissen. Pijnlijk genoeg is de Friesland Bank inmiddels ook serieus van plan om Ritmans overgebleven panden, inclusief zijn woonhuis, te veilen, om zo een deel van zijn nog steeds openstaande schulden mee af te betalen.

Ritman is er kapot van, al laat hij het de buitenwereld zo min mogelijk merken. In een van zijn brieven aan Zijlstra, een paar dagen voordat zijn levenswerk gesplitst zou worden, gooide hij wel voor één keer al zijn kaarten op tafel. ‘Wat ik nu meemaak – en dat treft mij persoonlijk ten diepste – is dat de Staat der Nederlanden bezig is mijn bibliotheek op volstrekt overbodige gronden te liquideren.’

Een goede vriend voegt daar nog wat aan toe. ‘Had hij open moeten zijn over die lening bij de Friesland Bank? Ja, natuurlijk. Het is een onhebbelijke man, die te veel risico’s neemt en dingen veel te groots aanpakt. Maar dit heeft hij echt niet verdiend. Hij heeft het in vijftig jaar verzameld en we krijgen het nooit meer terug.’

Deze reconstructie is gebaseerd op gesprekken met vele betrokkenen en correspondentie tussen Joost Ritman en het ministerie van OCW, ter inzage gekregen via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s